|
|
Pedagogisch plan
De filosofie
“ Het doel der opvoeding is:
elk kind te helpen
worden wat het is”
Kees Boeke, de Werkplaats, Bilthoven 1926
What’s in a name?
De Fa. Engel & Bengel: een echte ouderwetse Rotterdamse werknaam,
die doet denken aan vervlogen tijden, maar dan met hedendaagse allure.
Een naam die geinspireerd is, op die van de Werkplaats Kindergemeenschap van
Kees en Betty Boeke te Bilthoven, opgericht in 1926. Zij kozen er voor de school
een werkplaats te noemen, omdat er gewerkt moest worden met hoofd, hart en
handen. Kindergemeenschap wil zeggen, dat het kind centraal staat binnen een
gemeenschap waarin samenwerken voorop staat.
De Fa. Engel & Bengel laat zich niet alleen inspireren door de naam, maar
ook door de denkbeelden van de Werkplaats.
Kees en Betty Boeke hebben de Werkplaats gesticht, omdat zij geloofden, dat
kinderen door goed onderwijs later in de maatschappij als volwassenen meer
zelfvertrouwen en meer aandacht en respect voor de omgeving en voor andere
mensen zouden hebben. Op die manier hoopten zij hun idealen te verwezenlijken:
een vreedzame, veilige samenleving waar mensen ongeacht afkomst, ras, of levensovertuiging,
zonder enige vorm van geweld en op basis van gelijkwaardigheid samenwerken.
Kees Boeke heeft geen speciale onderwijsmethode ontwikkeld, zoals bijvoorbeeld
Maria Montessori of Petersen (Jenaplan). Hij had wel duidelijke opvattingen
over hoe volwassenen kinderen kunnen helpen bij het leren en bij het volwassen
worden. Hij vond het belangrijk, dat kinderen niet alleen cognitieve leerstof
tot zich krijgen, maar dat er ook aandacht wordt besteedt aan andere zaken.
Muziek, koken, handenarbeid, tekenen, sport, dans en drama, zijn dan ook al
80 jaar belangrijke vakken op de Werkplaats.
Uitgangspunten
De werker is het uitgangspunt van het onderwijs, de ouders worden erbij
betrokken en worden geacht betrokken te zijn. De relatie tussen de werkers
en de medewerkers is gebaseerd op gelijkwaardigheid. Het onderwijs is
dan ook niet af zonder de inbreng van de werkers, we leren van elkaar
en delen met elkaar.
Betrokkenheid is een kernbegrip, initiatieven die bijdragen aan een gezamenlijk
resultaat worden zeer gewaardeerd. Het nemen van verantwoordelijkheid wordt
aangemoedigd. Er is nieuwsgierigheid naar het nieuwe, maar met respect voor
het bestaande. Er ligt rijkdom in verscheidenheid. Er is respect voor alle
(sub-)culturen, wereld- en levensbeschouwingen. We leren te kijken vanuit verschillende
perspectieven. De werkplaats is ruimdenkend, tolerant en veilig. Er wordt met
plezier gewerkt. Gedrag dat schaadt wordt besproken en aangepakt.
Werkwijze
De werkplaats biedt onderwijs waarbij kennis in samenhang wordt aangeboden.
Er is een logische leerlijn, die de ontwikkeling van peuter tot jong
volwassene ondersteunt met veel aandacht voor creativiteit en expressie.
Thema’s en projecten vinden plaats in interactie met de leefomgeving
van het kind en de inhoud is zeer breed, deze strekt van de nabije natuur tot
aan mondiale vraagstukken.
Er is een grote mate van individuele vrijheid voor de werker om, naast het
aanleren van noodzakelijke basiskennis en basisvaardigheden, zich te verbinden
met en zich te verdiepen in onderwerpen van eigen keuze.
De school slaagt erin de technologische mogelijkheden waar kinderen al jong
vertrouwd mee raken, snel in het onderwijs in te passen.
De uitkomsten
Zelfstandig denkende jong-volwassenen, die zich kenmerken door eigenheid,
creativiteit en solidariteit. Inzicht in eigen talenten en de wijze waarop
deze verder ontwikkeld kunnen worden.
Ruim voldoende kennis en vaardigheden om de eigen sociaal maatschappelijke
rol te kunnen ontwikkelen.
Betrokkenheid bij sociaal maarschappelijke thema’s met een internationale
orientatie.
Samen leren en creëren
De drie werkwoorden, samenwerken, leren en creeren, kenmerken het leven
en werken in de Werkplaats Kindergemeenschap. In alle activiteiten wordt
samengewerkt en wordt leren gevolgd door creeren en creeren weer gevolgd
door leren. Kennis en vaardigheden zijn immers pas interessant als ze
gebruikt worden om er iets nieuws mee te doen, er iets van jezelf aan
toe te voegen, in welke vorm dan ook . Dit process wordt weergegeven
in de leer-creatie-cirkel.
Samenwerken
Samenwerken staat in het hart van de cirkel en is het hart van de kindergemeenschap.
Samenwerken is het vermogen om de dialoog aan te gaan, om vanuit de dialoog
samen iets te maken, dat de kracht van het individu overstijgt.
Samenwerken heeft betrekking op de sociale en relationele aspecten in de school
zelf de relatie tussen werkers, ouders, medewerkers, school en het krachtenveld
daar omheen, de maatschappelijke context, lokaal, regionaal, nationaal en internationaal.
Samenwerking gaat niet vanzelf, het moet worden geleerd en georganiseerd, in
de groep in de school, in de samenleving. Als men ervaart, dat samenwerking
tot iets beters en mooiers leidt, ontstaat er ook een kracht van binnenuit,
alles gaat dan vanzelf, van nature organisch. De school wordt dan van iedereen:
een kindergemeenschap.
Leren
Leren begint met kennismaken, kennismaken met jezelf en met anderen,
maar op school natuurlijk ook met alle cognitieve, intellectuele, creatieve
en fysieke begrippen en vaardigheden die nodig zijn om de samenleving
te gaan begrijpen en er je eigen plek te vinden. De school biedt een
vast kader van onderwerpen en activiteiten waar kinderen mee moeten kennismaken.
Daarnaast is er veel ruimte voor exploratie naar eigen inzicht en interesse.
Na de kennismaking is er tijd voor onderzoeken, verkennen. Wat kan ik met die
kennis en vaardigheden? Wat zijn de mogelijkheden en de beperkingen. Door oefenen,
onderzoeken en experimenteren wordt gebouwd aan een eigen persoonlijk referentiekader.
Geleidelijk aan worden nieuwe begrippen en vaardigheden vertrouwd. Expliciete
kennis, duidelijk omschreven in een vak of leerstuk, wordt impliciete kennis,
wordt een onlosmakelijk deel van jezelf. Dit verbinden is een persoonlijk proces
waarbij (onbewust) ook keuzes gemaakt worden, die gebaseerd zijn op talenten
en interesses. Iedereen bouwt op deze manier aan zijn eigen gereedschapskist.
Creëren
Met het leren is het onderwijs in de Werkplaats niet klaar. Met de
eigen gereedschapskist, die steeds meer onderdelen gaat bevatten, wordt
gebouwd aan nieuwe mogelijkheden. Dat bouwen begint met het verbeelden.
Het begint met de kracht van een idee, een fantasie, om van woorden een
verhaal te maken, van muziek een musical, van een ergenis een opvatting,
van een proefje een experiment. Hiervoor ligt geen draaiboek klaar. Het
initiatief ligt bij de werker maar er is een permanente uitnodiging,
een stimulerend klimaat, waarin je met dat wat je beheerst iets nieuws
toevoegt, waarmee een nieuwe werkelijkheid onstaat, die voor jezelf of
voor anderen nieuwe mogelijkheden biedt voor kennismaking.
Andere inspirerende visies van pedagogen:
Steiner
Is van mening, dat lichaam en ziel niet tot ontplooiing kunnen komen
als het verstand te vroeg wordt geschoold. De nadruk in de opvoeding
moet daarom liggen op de ontwikkeling van het wils-en gevoelsleven en
de kunstzinnige vorming. Een rustige en huiselijke sfeer en het gebruik
van natuurlijke materialen kunnen de ontwikkeling van de fantasie en
de creativiteit stimuleren, afhankelijk van de mogelijkheden die ieder
kind in zich heeft.
Malaguzzi
Stelt, dat kinderen voortdurend uit zijn op communicatie. Vanaf hun
geboorte hebben ze in potentie 100 talen tot hun beschikking om zich
uit te drukken. De verschillende zintuigen, de gesproken en later de
geschreven taal, zijn allemaal talen waarmee kinderen hun wereld onderzoeken.
Aktiviteiten ontstaan naar aanleiding van gebeurtenissen. De kinderen
nemen zelf het initiatief hiertoe. Niet het resultaat is belangrijk,
maar het proces er naar toe.
Montessori
Gaat uit van de natuurlijke drang van kinderen om op onderzoek uit
te gaan. Elk kind doorloopt dezelfde fasen, maar niet elk kind doet dat
in hetzelfde tempo. De eerste fase is de zintuigelijke; daarna volgt
de verstandelijke ontwikkeling.
Gordon
Benadrukt dat kinderen met respect behandeld en altijd serieus genomen
moeten worden. Het gaat erom de communicatie te verbeteren en de kinderen
zoveel mogelijk zelf conflicten op te laten lossen. Als opvoeder stel
je je daarbij op als scheidsrechter. Je luistert aktief en je neemt daarbij
waar wat er gebeurt. Vervolgens verwoord je de problemen en de gevoelens
van de kinderen.
De Firma Engel & Bengel Pedagogisch beleid in de praktijk
Het pedagogisch beleid van de Firma Engel & Bengel is gebaseerd
op de ideeen van verschillende pedagogen en diverse pedagogische theorieen.
Dit alles wordt vertaald naar een werkplan. Dit plan wordt door -ontwikkeld
naar de praktijk in samenspraak met onze vestigingsmanagers. De vestigingsmanagers
zien er eveneens op toe, dat alle medewerkers dit werkplan als basis
van hun pedagogisch handelen gebruiken. De medewerkers worden eveneens
gecoached door de vestigingsmanagers, om het plan operationeel te maken.
Ouders kunnen op de vestiging het pedagogisch beleidsplan en het werkplan
inzien.
- Elk kind heeft het recht gestimuleerd te worden in zijn ontwikkeling
- We accepteren elk kind zoals het is en nemen elk kind serieus
- We bieden kinderen structuur en veiligheid in een prettige omgeving
- Tegendraads of negatief gedrag pakken we op positieve wijze aan
- Er is geen sprake van fysiek of verbaal geweld tegen kinderen
- Negatief gedrag wordt als zodanig benoemd (en uitgelegd) en verder
genegeerd
- Positief gedrag wordt benoemd en becomplimenteerd
- Er is geen sprake van onthouden of dwingen tot eten of naar de wc
gaan
- De leid(st)er is in staat de ideeen van de kinderen samen met op
diverse wijzen vorm te geven. Bijvoorbeeld in dans, in beweging, in
muziek en in verhalen
- Kinderen worden gestimuleerd in de omgang met elkaar
- De groepsleid(st)er doet met de kinderen mee, omdat zij door de
kinderen als voorbeeld wordt gezien.
- De groepsleidster biedt de kinderen verschillende aktiviteiten aan
- De groepsleidster stimuleert de verschillend ontwikkelingsgebieden
- De groepsleidster helpt de kinderen met het registreren van ervaringen,
zodat daar later weer over gesproken kan worden.
- De groepsleidster handelt met rust en zekerheid
- De groepsleidster laat het kind vrij als het in zijn beleving met
iets bezig is
- Veranderingen van activiteiten worden aangekondigd. Op deze manier
kan het kind de activiteit waar hij mee bezig is afronden . Dit is
belangrijk voor het gevoel van eigenwaarde.
- Wanneer de groepsleidster het kind iets wil vertellen , loopt zij
naar het kind toe. Dit is belangrijk voor de kind-leidster interactie
- De groepsleidster verrijkt de omgeving als ze merkt dat deze niet
interessant is voor de kinderen
- De groepsleidster verarmt de omgeving als ze merkt dat de kinderen
niet genoeg rust vinden
- Er worden dagboekjes bijgehouden. Deze dienen zowel ter informatie
van de ouders als ter herinnering voor de kinderen.
De groepsgrootte
Bij de Firma Engel en Bengel zullen de groepen, die naar allerlei aktiviteiten
gaan buiten de deur niet groter zijn dan 8 kinderen per leidster, ongeacht
de leeftijd van deze kinderen.
De groepen worden ingedeeld naar leeftijd en naar capaciteit.
Verlaten van stamgroep op een buitenlokatie
Bij de Firma Engel & Bengel is het ten strengste verboden om op
eigen initiatief en zonder toestemming van de vakdocent en zonder begeleiding
van de groepsleidster de stamgroep te verlaten, wanneer we op lokatie
zijn een andere organisatie. De kinderen bevinden zich in een lessituatie
bij een vakdocent. De eigen groepsleidster is hierbij ook aanwezig. Mocht
het nodig zijn de les te verlaten, dan geschiedt dit altijd onder begeleiding
van de groepsleidster.
Verlaten van de groep op de eigen lokatie
Bij de Firma Engel & Bengel op de lokatie aan de Kortenaerstraat
is het toegestaan om de stamgroep te verlaten als groepsleidster hier
toestemming voor geeft Er is geen open-deuren beleid in de zin dat iedereen
zomaar overal in en uit kan lopen. De kleuters kunnen niet zomaar de
stille huiswerkbegeleidingsklas van de grotere kinderen binnenlopen.
De grotere kinderen mogen niet wild spelen bij de kleintjes als zij in
het achtergelegen speeltuintje zijn.
Hulp van volwassenen aan de beroepskrachten
De groepsleidster zullen altijd bijgestaan worden door de lokatie-managers.
De lokatie-managers dragen de eindverantwoordelijkheid voor de dagelijkse
leiding.
De directie van De Firma Engel & Bengel draagt verantwoordelijkheid voor
het gehele beleid, bestuur, personeel, contracten met derden en de dagelijkse
gang van zaken Zij bewegen zich door alle geledingen.
Achterwacht
De achterwacht wordt gevormd door de tweekoppige directie van de Firma
Engel & Bengel. Zij bewegen zich door alle geledingen van de organisatie.
Zij zijn beiden bevoegd en verplicht om eenieder te vervangen. Mochten
beiden niet beschikbaar zijn, dan zal een van de twee lokatie-managers
de achterwacht zijn.
|